Hadith over Berouw

Bron: www.islam-qa.com
Vertaald door www.AlMutaqqun.tk


Het is overgeleverd van Abu Sa’id al-Khudri dat de Profeet van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) gezegd heeft: “Onder de mensen die voor jullie kwamen, was een man die negenennegentig mensen vermoord had. Toen vroeg hij om de meest kennisrijke persoon in het land. Er werd hem over een monnik verteld dus ging hij naar hem toe en zei: ‘Ik heb negenennegentig mensen vermoord. Kan ik berouw tonen?’ De monnik zei: ‘Nee.’ Dus vermoordde hij hem waardoor het aantal honderd werd. Toen vroeg hij om de meest kennisrijke persoon in het land en er werd hem verteld over een geleerde, dus (ging hij naar hem toe en) hij zei: ‘Ik heb honderd mensen vermoord. Kan ik berouw tonen?’ Hij zei: ‘Ja, wie zou je tegen kunnen houden van het tonen van berouw? Ga naar dat land waar mensen zijn die Allah aanbidden. Aanbid Allah met hen en ga niet terug naar je eigen land want het is een slecht land.’ Hij ging dus op weg en toen hij halverwege was, kwam de dood tot hem. De engelen van genade en de engelen van bestraffing ruzieden over hem. De engelen van genade zeiden: ‘Hij kwam om berouw te tonen, met zijn hart richting Allah.’ De engelen van bestraffing zeiden: ‘Hij heeft nooit iets goeds gedaan.’ Toen kwam er een engel in de vorm van een mens tot hen en ze accepteerden hem als een bemiddelaar. Hij zei: ‘Meet de afstand tussen de twee landen en degene waar hij het dichts bij is, is waar hij behoort.’ Dus maten ze de afstand en ontdekten dat hij dichter bij het land was waar hij naar onderweg was, dus namen de engelen van genade hem mee.” (Sahih Muslim, Kitaab al-Tawbah, 2766)

We kunnen een aantal dingen van deze hadith leren, waaronder het volgende:

1. Dat Allah alle zonden vergeeft van degene die berouw toont, ongeacht hoe groot ze zijn. Dit wordt aangegeven door de aayah waarin Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“O Mijn dienaren die buitensporig zijn tegenover zichzelf, wanhoopt niet aan de Genade van Allah. Voorwaar, Allah vergeeft alle zonden. Voorwaar, Hij is de Vergevingsgezinde, de Meest Barmhartige.” [al-Zumar 39:53]

2. Degene die berouw toont moet wegblijven van slechte vrienden die de zonden met hem begingen. Hij moet omgaan met vrome vrienden die hem zullen helpen om het goede te doen en hem laten zien hoe het gedaan moet worden.

3. De moslim moet leven in een staat tussen vrees en hoop, vrezend voor zijn zonden en zich niet veilig voelend voor het Plan van Allah en niet zeker zijn dat hij het Paradijs zal betreden. De Sahaabah (radiAllahu ‘anhum) vreesden hun Heer en aanbaden Hem met vrees en hoop, hoewel ze erg rechtschapen en vroom waren. De moslim moet Allah dus gehoorzamen en berouw tonen en hopen op de genade van Allah, wetende dat Allah vergeeft en het berouw aanvaardt van degene die berouw aan Hem toont, dus hoopt hij dat Allah hem zal vergeven. Hij weet dat Allah van de goede daden van Zijn dienaar houdt en dat hij deze daden accepteert, dus streeft hij ernaar om goede daden te verrichten in de hoop dat ze geaccepteerd zullen worden. Als hij in deze toestand leeft, vrezend voor zijn zonden en hopend op de genade van zijn Heer, zal hij er naar streven om Hem te aanbidden en weg te blijven van zonden. Hij zal Allah vragen om hem te belonen voor zijn goede daden totdat hij Hem ontmoet wanneer Hij tevreden met hem is, en hij zoekt toevlucht bij Allah voor de afwending van zijn hart of de verandering van zijn situatie, zoals de Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) bad: “O Beheerser van de harten, maak mijn hart standvastig in Uw religie.”


We vragen Allah om jullie en ons standvastig te maken in Zijn religie en meer van Zijn gunst aan ons te verlenen, want Hij is Alhorend, Altijd Nabij.