‘Uthmaan (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd dat de Profeet
(Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:


“De beste van jullie zijn degenen die de Qur’aan
leren en (degenen die) het onderwijzen.”

Verzameld door Al-Bukhaarie (4739), Ibn Hibbaan (118),
At-Tirmidhie (2907), An-Nasaa’ie in ‘Al-Kubra’(8037),
Abu Daawuud (1452), Ahmad (500), en Ad-Daarimie (3337)

En in de verzameling van Al-Bukhaarie staat ook
dat ‘Uthmaan (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd dat de
Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“De meest deugdzame van jullie zijn degenen
die de Qur’aan leren en (degenen die) het
onderwijzen.”





Zayd ibn Arqam (Radia Allahu 3anhu) heeft (in een lange overlevering) gezegd:

“De Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) gaf een waarschuwing en zei toen:
“O mensen! Waarlijk ik ben een mens en het wordt gevreesd dat de boodschapper
van mijn Heer tot mij komt en ik zal antwoorden (aan de dood) en dus laat ik
waarlijk twee grote dingen bij jullie achter; de eerste daarvan is het Boek van Allaah;
er is leiding en licht in. Houd jullie daarom aan het Boek van Allaah vast en houd er
stevig aan vast.”

Zayd (Radia Allahu 3anhu) zei: “Dus hij spoorde krachtig aan tot het Boek van Allaah en hij moedigde ertoe aan…”

Verzameld door Muslim (7/ 123), At-Tirmidhie (3790), Ahmad (3/ 14, 17, 26, 59,
Al-Albaanie in ‘Silsilah as-Sahiehah’ 5/ 37



Abu Hurairah (Radia Allahu 3anhu) heeft (in een lange hadieth) gezegd: “De Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam)
zei:

“Allaah zal een weg naar het Paradijs vergemakkelijken voor degene die op een
pad loopt om kennis te vergaren. En waarlijk, geen groep verzamelt in een van de
huizen van Allaah, het Boek van Allaah reciterend en het onderling bestuderend, zonder
dat rust op hen neerdaalt, rahmah hen omhult en de engelen hen
omringen en Allaah noemt hen bij degenen die in Zijn aanwezigheid zijn.”

Musnad van Iemaam Ahmad (2/ 252), Sahieh Muslim (2699), Sunan Abie Daawuud (1455)




Djaabir (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd dat de Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“De Qur’aan is een bemiddelaar en het bemiddelt (met Allaah’s toestemming).
En het is een tegenstander die waarheidsgetrouw is. Dus degene die het als zijn
leider aanwijst zal (erdoor) naar het Paradijs worden geleid. En degene die het achter
zich plaatst zal (erdoor) naar het Vuur worden geleid.”

Verzameld door Ibn Hibbaan; 1793, Al-Albaanie in ‘Silsilah as-Sahiehah’;
2019, en in ‘Sahieh al-Djaamie’ as-Saghier’; 4443







Abu Dharr (Radia Allahu 3anhu) heeft gezegd: “O Boodschapper van Allaah! Adviseer mij.” Dus zei hij:

“Ik adviseer jullie om taqwaa’ tegenover Allaah te hebben, want dat is inderdaad de
piek van alle zaken.” Dus zei ik: “O Boodschapper van Allaah, adviseer mij meer.”
Dus zei hij: “(Ik adviseer jou) de recitatie van de Qur’aan is
aan jou. Waarlijk, het is een licht voor jou in deze wereld en het
is een licht voor jou in het Hiernamaals.”

Overgeleverd door Ibn Hibbaan (in een lange hadieth) en hij heeft het betrouwbaar
verklaard en ook ‘Sahieh at-Targhieb wat-Tarhieb’ van Al-Albaanie; 1422




Abu Hurairah (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd dat de Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Er is nooit een profeet onder de profeten geweest, zonder dat hij (met een teken)
van onder de tekenen was begunstigd, waardoor de mensen werden aangespoord
om (in hem) te geloven. En waarlijk, aan mij is de openbaring (van de Qur’aan)
geschonken die Allaah aan mij geopenbaard heeft. Ik hoop dat ik het
grootste aantal volgelingen zal hebben op de Dag der Opstanding.”

Verzameld door Muslim; 217





Sa’d bin Hishaam (Radia Allahu 3anhu) vroeg in een lange hadieth over enige kennis van degene die
tot de mensen behoort die de meeste kennis hebben…

“Ik zei: “O moeder der gelovigen, vertel mij over het karakter van de Boodschapper
van Allaah.” Zij (‘Aa’ishah) vroeg: “Lees je de Qur’aan niet?” Ik zei: “Ja, dat doe ik.”
Hierop zei zij: “Het karakter van de Boodschapper van
Allaah was de Qur’aan.” Hij zei: “Ik voelde me geneigd om op
te staan en (verder) niets te vragen tot ik sterf.”

Verzameld door Muslim; 1233





Anas ibn Maalik (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd: “De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam)
zei:

“Waarlijk, Allaah heeft Zijn (speciale) mensen op de aarde.” Zij (de
metgezellen) zeiden: “O Boodschapper van Allaah, wie zijn zij?”
Hij zei: “Zij zijn de mensen (die de metgezellen zijn) van de Qur’aan.
Zij zijn de mensen van Allaah en zij
zijn Zijn speciale mensen.”

Verzameld door Ibn Maadjah; 215, Ahmad; 13566; Ad-Daarimie; 3326; en
‘Sahieh at-Targhieb wa-Tarhieb’ van Al-Albaanie; 1432





‘Uqbah ibn ‘Aamir (Radia Allahu 3anhu) heeft gezegd:

“De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) kwam naar buiten terwijl wij in het hogere deel
van de moskee zaten, dus zei hij: “Houd iemand van jullie ervan om iedere dag wakker te worden en naar
Buthaan of al-‘Aqieq te gaan (bepaalde plaatsen) en twee vette (goede) kamelen te krijgen,
zonder enige zonde te begaan, noch enige relaties af te snijden?” Wij zeiden: “Wij zouden dat
zeer zeker willen, O Boodschapper van Allaah.” Dus zei hij: “Zal niemand van jullie naar de moskee
gaan en twee verzen van het Boek van Allaah, de Meest Glorierijke, de Meest Machtige, leren of lezen?”
Want dat is beter voor hem dan twee vrouwtjeskamelen. En drie (verzen)zijn beter voor
hem dan drie (vrouwtjeskamelen) en vier (verzen) zijn beter voor hem dan vier
(vrouwtjeskamelen). En het aantal (verzen in totaal) is beter dan hetzelfde
aantal kamelen.”

Verzameld door Muslim; 1332





Abu Maalik al-Asha’rie (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd:

“De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Reinheid is de helft van geloof (iemaan). En ‘Alhamdulillaah’ vult de schalen en
‘SubhaanAllaah’ en ‘Alhamdulillaah’ vullen wat tussen de hemel en de aarde is.
En de salaah (het gebed) is een licht en sadaqah (liefdadigheid) is een
bewijs en geduld is (geestelijke) verlichting en de Qur’aan is een bewijs
voor of tegen jou. Iedere persoon begint zijn dag als een verkoper voor zijn
ziel; het bevrijdend of zijn ondergang veroorzakend.”

Verzameld door Muslim; 328, Al-Albaanie in ‘Sahieh al-Djaamie’ as-Saghier’; 3857;
At-Tirmidhie; 3517 en hij zei dat de hadieth Hasan Sahieh is





Al-Baraa’ bin ‘Aazib (Radia Allahu 3anhu) heeft gezegd:

“Iemand van onder de metgezellen reciteerde soerah Al-Kahf en er was
een paard aan zijn zijde met twee touwen vast gebonden. Toen overschaduwde
een wolk hem en terwijl het steeds dichterbij kwam begon zijn paard er bang
voor te worden. In de ochtend vertrok hij en vertelde het aan de Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam)
en hij zei: “Dat was de rust (‘sakinah’) die neer daalt vanwege de recitatie
van de Qur’aan.”

Verzameld door Muslim; 1325






Sa’d ibn Abie Waqqaas (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd van Khawlah bint Hakiem
dat de Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Degene die een plek heeft bereikt en vervolgens zei: “A’udhu bikalimaatillaahi
taammaati min sharri maa khalaq” (“Ik zoek toevlucht in Allaah’s perfecte woorden
tegen het kwaad van Zijn schepping.”); niets zal hem raken
totdat hij die plek verlaat.”

Verzameld door Muslim; 4881 en At-Tirmidhie; 3437





Abu Musaa al-Ash’arie (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam)
heeft gezegd:

“De vergelijking van de gelovige die de Qur’aan reciteert is als de
citrusvrucht; haar geur is goed en haar smaak is goed. En de vergelijking
van de gelovige die de Qur’aan niet leest is als de dadel; er is geen geur en
haar smaak is zoet. En de vergelijking van de hypocriet die de Qur’aan leest is
als de ui; haar geur is goed en haar smaak is zuur. En de vergelijking van de
hypocriet die de Qur’aan niet leest is als de tarwe; het heeft geen
enkele geur en de smaak ervan is bitter.”

Overeen gestemd





Ibn Mas’ud al-Ansaarie al-Badrie (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd dat
de Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“De mensen worden door hun meest bekwame voordragers van Allaah’s Boek geleid. Als zij gelijk zijn in
recitatie, dan (leidt) degene die de meeste kennis heeft van de soennah; als zij gelijk zijn in de
soennah; dan degene die als eerste emigreerde; en als zij gelijk zijn in emigratie, dan de oudste
van hen…”

Verzameld door Muslim; 1078, onder het hoofdstuk: ‘Degene die het meest bevoegd is om iemaam te zijn.’


Abu Hurairah (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd dat de Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam)
heeft gezegd:


“De Qur’aan zal op de Dag des Oordeels komen en zal zeggen: “O mijn Heer! Versier hem.”
En zodoende zal hij met een kroon van nobelheid worden bekroond. Dan zal het zeggen: “O mijn Heer!
Vermeerder hem.” En dus zal hij versierd worden met armbanden van nobelheid. Dan zal het zeggen:
“O mijn Heer! Wees tevreden met hem.” En dus zal Hij tevreden met hem zijn…”

Verzameld door At-Tirmidhie; 2915 en hij zei dat het Hasan Sahieh is en Al-Baihaaqie in
‘Shu’b al-Iemaan’; 2996; Al-Albaanie in ‘Sahieh al-Djaamie’ as-Saghier’; 8030 en
‘Sahieh at-Targhieb wa Tarhieb’; 1425 en ook bij Al-Haakim in ‘Al-Mustadrak’;
2029; Ad-Daarimie; 3311



‘Aamir ibn Waathilah heeft overgeleverd dat Naafi’ ibn ‘Abdul-Haarith ‘Umar bin al-Khattaab
bij ‘Usfaan ontmoette en hij was de gouverneur van Makkah die door ‘Umar was aangesteld.
Dus ‘Umar vroeg hem: “Wie heb jij (namens jou) aangesteld over de mensen van de vallei (Makkah)?”
Dus hij zei: “Ibn Abzaa’.” Dus hij (‘Umar) zei: “En wie is Ibn Abzaa’?” Hij zei: “Hij is een slaaf
van onder onze slaven.” Dus hij (‘Umar) zei: “En je hebt een slaaf over hen aangesteld?” Dus zei hij:
“Waarlijk, hij is een qaarie (bevoegde voordrager) van het Boek van Allaah, de Meest Machtige,
de Meest Glorierijke en hij heeft veel kennis over de distributie van testamenten en erfenis.”
Toen zei ‘Umar: “Waarlijk, jouw Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:
“Waarlijk, Allaah verheft mensen hun gestalte met dit Boek en verlaagt anderen
ermee.”

Verzameld door Muslim; 1353


Abu Buraydah (Radia Allahu 3anhu) heeft gezegd: “De Profeet(Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Degene die de Qur’aan reciteerde en het bestudeerde en handelde volgens datgene
wat het bevat; op de Dag des Oordeels zullen zijn ouders gekleed zijn met en kroon
van licht; de straling ervan is als die van de zon. En zijn ouders zullen versierd zijn met
twee armbanden, waar de hele wereld (in waarde) niet gelijk aan is. Dus zullen zij zeggen:
“Waarom zijn wij hiermee versierd?” Er zal worden gezegd: “Dit is omdat jullie kind de
Qur’aan (het reciteren, onderwijs, ernaar handelen) nam.”

Verzameld in ‘Sahieh At-Targhieb wa-Tarhieb’ van Al-Albaanie; 1434
en ook door Al-Haakim die zei dat het de condities van Muslim heeft




‘Abdullaah ibn ‘Umar (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd dat de
Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Er zal tegen de metgezel van de Qur’aan worden gezegd: Reciteer en ‘rattil’ (reciteer langzaam en duidelijk)
zoals je gewend was te ‘rattil’ in het wereldse leven, want waarlijk, jouw plaats (in het Paradijs)
zal bij het laatste vers zijn dat je reciteert.”

Iemaam Al-Albaanie in ‘Silsilah as-Sahiehah’; 2240



‘Aa’ishah (Radia Allahu 3anha) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam)
heeft gezegd:

“Degene die de Qur’aan reciteert en er bekwaam in is, zal met de nobele schrijvers
(de engelen) zijn. En degene die vanwege moeilijkheden stottert onder het reciteren van
de Qur’aan zal een dubbele beloning krijgen.”

Verzameld door Al-Bukhaarie; 4653 en Muslim; 798; en Ibn Hibbaan; 767; en
At-Tirmidhie; 2904; en An-Nasaa’ie in ‘Al-Sughraa’; 986; en
Abu Daawuud; 1453; en Sahieh At-Targhieb; 1421




‘Abdullaah ibn ‘Umar (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd dat de
Boodschapper van Allaah(Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Vasten en de Qur’aan zullen op de Dag der Opstanding voor de dienaar bemiddelen.
Het vasten zal zeggen: “O mijn Heer! Ik belette hem van voedsel en verlangens gedurende
de dag, dus accepteer mijn bemiddeling voor hem.” En de Qur’aan zal zeggen: “Ik belette hem
van slaap gedurende de nacht, dus accepteer mijn bemiddeling voor hem.” Hij zei:
“En dus zullen zij bemiddelen.”

Verzameld door Ahmad; 6337, en Al-Haakim in ‘Al-Mustadrak’; 1994,
en Musnad van Ibn Al-Mubaarak; 98 en Sahieh verklaard door
Iemaam Al-Albaanie in ‘Sahieh At-Targhieb wa-Tarhieb’; 984 en 1429



Saalim (Radia Allahu 3anhu) heeft van zijn vader (Ibn ‘Umar) overgeleverd, die overleverde:
“De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Afgunst is niet gerechtvaardigd, behalve in twee situaties; bij iemand aan wie Allaah de kennis van de Qur’aan heeft geschonken
, dus hij reciteert het dag en nacht (en handelt er ook naar) en bij degene aan wie Allaah rijkdom heeft gegeven; hij geeft het dag
en de nacht uit (aan het welzijn van anderen om de tevredenheid van Allaah te zoeken).”

Verzameld door Muslim; 1350


En in een andere overlevering van Abu Hurairah (Radia Allahu 3anhu) heeft de
Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) gezegd:

“Er dient geen afgunst te zijn, behalve in twee gevallen: iemand aan wie de kennis van de Qur’aan door
Allaah is gegeven en dus reciteert hij het dag en nacht (en handelt er ook naar), dus hoort zijn buurman hem
en hij zegt: “Ik wou dat aan mij was geschonken wat hij heeft, zodat ik er daden mee kon
verrichten zoals hij dat doet…”

Verzameld door Al-Bukhaarie; 4638



Ibn ‘Abbaas (Radia Allahu 3anhu) heeft gezegd dat de
Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“De meest nobele van mijn ummah zijn de dragers van de Qur’aan en de metgezellen van
het nachtgebed.”

Verzameld door Ibn Abie Dunya; 6337; en Al-Baihaaqie en Sahieh verklaard
door Iemaam Al-Albaanie in ‘Sahieh At-Targhieb wa-Tarhieb’; 628




‘Abdullaah ibn ‘Abbaas (Radia Allahu 3anhu) heeft gezegd:

“De voordragers van de Qur’aan waren de mensen van de madjlis (de bijeenkomsten) van ‘Umar
en zij waren zijn adviseurs, ongeacht of zij oud of jong waren.”

Verzameld door Al-Bukhaarie; 6742



Abie Umaamah al-Baahilie (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd: “Ik hoorde de
Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zeggen:

“Reciteer de Qur’aan, want het zal op de Dag des Oordeels als een bemiddelaar komen voor haar metgezel.
Reciteer de twee stralende; Al-Baqarah en Aal-‘Imraan, want zij zullen op de Dag der Opstanding als twee
wolken komen, of twee schaduwen, of als twee zwermen vogels, pleitend voor hun metgezellen.
Reciteer soerah Al-Baqarah, want eraan vast houden is een ‘barakah’ (zegening) en het laten is
een bron van spijt en degenen die magie en tovenarij uitoefenen kunnen er niet tegen.”

Verzameld door Muslim; 1337



Abie Shurayh al-Khuzaa’ie (Radia Allahu 3anhu) heeft gezegd: “De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam)
kwam naar buiten richting ons en zei:

“Ontvang goede tijdingen, ontvang goede tijdingen; getuigen jullie niet dat er niemand is die het recht heeft om
aanbeden te worden behalve Allaah en dat ik de Boodschapper van Allaah ben?” Wij zeiden: “Ja (dat doen we).”
Dus zei hij: “Dan waarlijk, deze Qur’aan is een touw; een eind is in de Handen van Allaah en het andere eind is in
jullie handen. Dus houd er stevig aan vast. Waarlijk, door eraan vast te houden zullen jullie nooit verkeerd gaan
en jullie zullen niet omkomen.”

Verzameld door Ibn Hibbaan; 122 en Ibn Abie Shaybah; 30006; en At-Tabaraanie in ‘Al-Kabier’; 491;
en Al-Baihaaqie in ‘Shu’b al-Iemaan’; 201; en Sahieh verklaard door
Iemaam Al-Albaanie in ‘Sahieh At-Targhieb wa-Tarhieb’; 38 en 39




Ibn ‘Abbaas (Radia Allahu 3anhu) heeft gezegd: “De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) gaf een preek
aan de mensen tijdens zijn vaarwel pelgrimstocht en hij zei:

“Waarlijk, shaytaan heeft de hoop opgegeven dat hij in dit land van jullie aanbeden zal worden, maar hij is
tevreden met de zonden die minder erg dan dat zijn, waardoor jullie ernaar neigen om weinig daden te verrichten.
Dus pas op. Waarlijk, ik heb twee dingen voor jullie achter gelaten, als jullie eraan vast houden zullen jullie nooit
verkeerd gaan; het Boek van Allaah en de soennah van Zijn Profeet.”

Sahieh verklaard door Iemaam Al-Albaanie in ‘Sahieh At-Targhieb wa-Tarhieb’; 40



‘Abdullaah ibn Mas’ud (Radia Allahu 3anhu) heeft gezegd: “De Boodschapper van Allaah zei tegen mij:

“Reciteer de Qur’aan voor mij.” Hij zei: “Dus ik vroeg: “O Boodschapper van Allaah, dien ik
voor u te reciteren, terwijl het aan u geopenbaard was?” Hij zei: “Ik verlang ernaar om het van
iemand anders te horen.” Dus reciteerde ik soerah An-Nisaa’, totdat ik bij het vers kwam:
“Hoe zal het dan zijn wanneer Wij uit iedere gemeenschap een getuige voort brengen en Wij brengen jou
(O Muhammad ) als een getuige tegenover deze mensen?” Ik hief mijn hoofd op, of een man aan mijn zijde
tikte me aan om mijn aandacht te trekken en dus hief ik mijn hoofd op en zag zijn(de Profeet’s )
tranen vallen.”

Verzameld door Muslim; 1332



Abu Muusaa al-Ash’arie (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allaah
(Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Waarlijk, tot de wegen die Allaah, de Meest Hoge, vereren behoren; de grijs behaarde moslim eren,
degene die de Qur’aan uit zijn hoofd kent eren zonder te overdrijven, noch het achterwege te laten.
En het eren van de rechtvaardige heerser.”

Verzameld door Abu Daawuud; 4843; en Hasan verklaard door An-Nawaawie en
Al-Albaanie in ‘Sahieh At-Targhieb wa-Tarhieb’; 98 en ‘Mishkaat Masaabih’; 4972, en
in ‘Sahieh Al-Djaamie’ as-Saghier’; 2199



Djaabir bin ‘Abdullaah (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd: “Dat de Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) twee mannen in
een kleed verzamelde die in de strijd van Uhud waren gedood en toen vroeg hij: “Wie van deze twee kende het
meeste van de Qur’aan?” Als er werd aangegeven wie van hen het was, dan plaatste hij diegene eerst in het graf…”

Sahieh Al-Bukhaarie; 1261 en 3771; Sunan An-Nasaa’ie; 1955



Samurah ibn Djundub (Radia Allahu 3anhu) heeft gezegd dat de
Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Reinig jullie monden met siwaak (tandenstok), want waarlijk, zij (de monden) zijn
de paden van de Qur’aan.”

Sahieh verklaard door Iemaam Al-Albaanie in ‘Sahieh al-Djaamie’ as-Saghier’; 3939



‘Ibn ‘Umar (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Niemand raakt de Qur’aan aan, behalve degene die zuiver zijn.”

Iemaam Al-Albaanie heeft het Sahieh verklaard in ‘Sahieh al-Djaamie’ as-Saghier’; 7780



Djaabir ibn ‘Abdullaah (Radia Allahu 3anhu) heeft gezegd:

“De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) was gewend om in zijn toespraken te zeggen:
“Hij was gewend Allaah te danken en Hem te prijzen, want Hij is Degene Die alle lof verdient…Vervolgens
zei hij: “Degene die door Allaah wordt geleid kan door niemand misleid worden en degene die misleid is kan
alleen door Allaah worden geleid.” (“Man yahdihi’llaahu falaa mudilla lahu wa man yudlil falaa haadiyalahu.”)
“Waarlijk, de beste spraak is het Boek van Allaah en de beste leiding is de leiding van Muhammad
en de slechtste zaken zijn de nieuwe toegevoegde zaken, en alle nieuwe toegevoegde zaken zijn
vernieuwingen (in de religie) en alle vernieuwingen zijn misleiding en alle misleiding is in het Vuur.”
(“Inna asdaq al hadieth kietaabu’llaah, wa aahsana ‘lhadie, hadie’u Muhammadin, wa sharru al umuuwri
muhdathaatuhaa, wa koelloe muhdathatin bid’atu, wa koelloe bid’atin dalaalatun, wa koelloe
dalalatin fien-Naar.”)

‘Sunan An-Nasaa’ie’; 1578 en Iemaam Al-Albaanie heeft het Sahieh verklaard




Abie Sa’ied al-Khudrie (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam)
heeft gezegd:

“De Heer, de Meest Machtige, de Meest Majestueuze, heeft gezegd:
“Degene die bezig is met de Qur’aan door middel van Mij herdenken (dhikr)
en Mij smeken, waarlijk, Ik zal hem beter geven dan dat wat Ik degenen geef
die Mij vragen (en die zichzelf niet bezig houden met de Qur’aan)…”

Verzameld door At-Tirmidhie; 2850 (het eerste deel van de hadieth) en het is
ook in de Musannaf van ‘Abdur-Razzaaq; 4057




Abie Sa’ied al-Khudrie (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam)
heeft gezegd:

“Leer (studeer) de Qur’aan en vraag Allaah om jou het Paradijs ermee te geven, voordat er een volk komt
dat het leert en er de dunyaa (wereldse genot) mee vraagt. Waarlijk, de Qur’aan wordt door drie soorten mensen
geleerd; iemand die ermee wil showen, en iemand die erdoor eet (hij zoekt alleen het wereldse ermee) en iemand
die het reciteert omwille van Allaah.”

Musnad Iemaam Ahmad; 3/ 38-39; Al-Haakim; 4/ 547, Sahieh verklaard
door Iemaam Al-Albaanie in ‘Silsilah as-Sahiehah’; 258


Muhammad ibn Ka’b al-Quradhiyy (Radia Allahu 3anhu) heeft gezegd: “Ik hoorde Ibn Mas’ud zeggen:
“De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Degene die een letter van het Boek van Allaah, de Meest Hoge, reciteert, het wordt als een
goede daad beschouwd die hij verrichtte. En een goede daad is gelijkwaardig aan tien soort gelijke
daden. Ik bedoel niet dat Alif Laam Miem een letter is, Alif wordt eerder als een letter
beschouwd, Laam wordt als een letter beschouwd, en Miem wordt als een letter
beschouwd.”

Verzameld door At-Tirmidhie; 2835; Al-Baihaaqie in: ‘Shu’b al-Iemaan’; 1984;
Sahieh verklaard door Iemaam Al-Albaanie




‘Iyaadh ibn Himaar al-Mudjaashi’ie (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd dat
de Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) op een
dag in zijn preek zei:

“Waarlijk, Allaah heeft mij bevolen om jullie datgene te leren waar jullie onwetend
over zijn; van wat Hij mij op deze dag heeft geleerd…” tot waar hij zei:
“En Hij (Allaah) heeft gezegd: “Ik stuur jou alleen (O Boodschapper van Allaah )
om jullie te testen en anderen via jullie te testen. En Ik aan jou een Boek geopenbaard
dat niet door water zal worden weg gewassen. En je reciteert het terwijl je ligt en terwijl je
volledig wakker bent.”

Verzameld door Muslim; 5109




‘Abdur-Rahmaan ibn ‘Abd (Radia Allahu 3anhu) heeft gezegd: “Ik hoorde ‘Umar ibn al-Khattaab zeggen:

“Ik hoorde Hishaam ibn Haakim soerah Al-Furqaan reciteren op een andere manier dan waarop
ik het gewend was te reciteren en (anders dan hoe) Allaah’s Boodschapper me geleerd had het
te reciteren. Ik stond op het punt om met hem (over dit) te gaan discussiëren, maar ik liet het tot
hij klaar was (met reciteren). Toen pakte ik zijn kleding vast en bracht hem naar de Boodschapper van
Allaah en zei: “O Boodschapper van Allaah, ik hoorde deze man soerah Al-Furqaan reciteren op een
andere manier dan waarop u mij hebt geleerd te reciteren.” Hierop zei de Boodschapper van Allaah
(Salla Allahu 3alayhi wa Salam) tegen mij dat ik hem alleen moest laten en vroeg hem om te reciteren.
Toen reciteerde hij in de stijl waarin ik hem had horen reciteren. De Boodschapper van Allaah zei toen:
“Op deze manier was het neer gezonden.” Toen vroeg hij mij om te reciteren en ik reciteerde het en
hij zei: “Op deze manier werd het neer gezonden. De Qur’aan werd in zeven dialecten neer
gezonden, dus reciteer daarvan wat gemakkelijk lijkt.”

Verzameld door Muslim; 1354



‘Abdullaah bin ‘Umar (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd dat Allaah’s Boodschapper (Salla Allahu 3alayhi wa Salam)
heeft gezegd:

“De vergelijking van een man die een metgezel van de Qur’aan is, is als die van een strompelende
kameel. Als hij oplettend bleef (zou hij ertoe in staat zijn om met hem te houden) en als hij de
strompelende kameel zou loslaten dan zou het ontsnappen.”

Verzameld door Muslim; 1313 onder het hoofdstuk: ‘Het bevel om oplettend
met de Qur’aan te zijn.’ En Al-Bukhaarie; 4643



Abu Hurairah (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Degene die de Qur’aan niet op een mooie manier reciteert, behoort niet tot ons.”

Sahieh Al-Bukhaarie; 6/ 209



En Abu Hurairah (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd dat de Boodschapper van Allaah(Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Allaah luistert naar niets beters dan dat Hij luistert naar een profeet die de Qur’aan hardop
met een melodieuze stem reciteert.”

Sahieh Al-Bukhaarie; 8/ 107-108




Al-Baraa’ bin ‘Aazib (Radia Allahu 3anhu) heeft gezegd: “Ik hoorde de Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam)
zeggen:

“Maak de Qur’aan mooi met jullie stemmen, want waarlijk de mooie stem vermeerdert
de schoonheid van de Qur’aan.”

Sahieh Djaamie’; 3145



Adiey ibn Thaabit (Radia Allahu 3anhu) heeft gezegd: “Ik hoorde van Al-Baraa’ die zei:

“Ik hoorde de Profeet in het ‘Ishaa-gebed reciteren: “Wat-tieni waz-zaytoen.”
(“Bij de vijg en de olijf.”) ik heb nooit iemand met een betere stem, noch
een betere recitatie gehoord dan hem.”

Sahieh Al-Bukhaarie; 727 en 6991



Ibn ‘Abbaas (Radia Allahu 3anhu) benoemde een uitspraak van de Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam):

“Waarlijk, de beste voordragers (van de Qur’aan) van onder de mensen is degene
waarover je denkt wanneer hij reciteert; hij vreest Allaah.”

Musannaf van Ibn Abie Shaybah; 2/ 404; Silsilah ahaadieth Sahiehah; 1583


En dit was ook de beschrijving van de Profeet van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam):
zoals Mutruf bin ‘Abdillaah (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd van zijn vader, die zei:

“Ik zag de Boodschapper van Allaah bidden en uit zijn borst kwam door gehuil een
geluid als van een kokende ketel.”

Sunan Abu Daawuud; 904, Sahieh verklaard door Iemaam Al-Albaanie



En het is de beschrijving van de Metgezellen: Abu Muusaa (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd:

“De Profeet werd ziek en zijn ziekte werd ernstig, dus zei hij: “Draag Abu Bakr op om de
mensen in gebed te leiden.” Dus ‘Aa’ishah zei: “Waarlijk, hij is een man met een zacht hart.
Wanneer hij in jouw plaats staat, zal hij er niet toe in staat zijn om met de mensen
te bidden (vanwege zijn overmatig gehuil).”


In een andere bewoording van ‘Umar (Radia Allahu 3anhu) staat: “‘Aa’ishah zei tegen hem:
“Waarlijk, hij is een man met een zacht hart. Wanneer hij reciteert, overmant het gehuil hem.”
En in een andere bewoording van Hishaam van zijn vader van haar (‘Aa’ishah ) zei zij:
“Dus ik zei tegen hem: “Waarlijk, wanneer Abu Bakr in jouw plaats staat kunnen de mensen
niet horen vanwege al het gehuil.”

Sahieh Al-Bukhaarie; 1/ 165, Fath-ul Baarie’; 2/ 492



En ook wanneer ‘Umar (Radia Allahu 3anhu) gewend was om te bidden, huilde hij zo overmatig totdat zijn gehuil
in de achterste rijen gehoord kon worden.

‘Abdullaah ibn Shaddaad heeft overgeleverd:

“Ik hoorde het gesnik van ‘Umar, terwijl ik in de laatste rijen was, terwijl hij het vers reciteerde:
“Ik klaag alleen over mijn leed en verdriet bij Allaah.” (“Innamaa ashkoe baththie wa huznie ilaa’llaah.”)

Al-Bukhaarie brengt het als de opening overlevering onder het hoofdstuk: ‘Het huilen van de Iemaam.’




En met betrekking tot dit heeft Iemaam An-Nawaawie (Rahimahullaah) over huilen
tijdens recitatie gezegd:

“En het is de karaktereigenschap van degenen die Allaah kennen en (het is een van) de
gevoelens van de vrome dienaren van Allaah.”

‘At-Tibyaan fie aadab hamalaat-ul-Qur’aan’ van Iemaam An-Nawaawie, p. 68


Tamiem ad-Daarie (Radia Allahu 3anhu) heeft gezegd: “De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam)
heeft gezegd:

“De Dien (religie; islamitische levenswijze) is an-nasiehah (oprechtheid).” Wij zeiden:
“Tegenover wie?” Hij zei: “Tegenover Allaah en Zijn Boek en Zijn Boodschapper en de
leiders van de moslims en de moslims.”

Muslim; 82



‘Abdullaah ibn Mas’ud (Radia Allahu 3anhu) heeft gezegd:

“Het zal nooit een persoon schaden dat zijn ziel niet meer dan de Qur’aan verlangt, want
als hij de Qur’aan lief heeft dan houdt hij van Allaah en Zijn Boodschapper.”

‘Kietaabu Zuhd wa Raqaaiq’ van Ibn Mubarak; 1087



Abu Al-‘Aaliyah (Radia Allahu 3anhu) heeft overgeleverd dat een man een keer aan ‘Ubay ibn Ka’b (Radia Allahu 3anhu)
om advies vroeg. Hij zei:

“Neem het Boek van Allaah als jouw leider en wees er tevreden mee als een rechter en een leider. Het is wat jouw
Boodschapper bij jullie achter liet. Het zal een bemiddelaar voor jou zijn. Het dient gehoorzaamd te worden.
Het is een getuige waar nooit aan getwijfeld wordt. Er is een uitspraak over jullie in en degenen voor jullie
en oordeel over wat jullie zal overkomen. En er is nieuws in over jullie en wat na jullie zal plaats vinden.”

Ad-Dhahabie in ‘Siyar A’lam Al-Nubala’; in de biografie van ‘Ubay ibn Ka’b


Maalik ibn Dienaar (Radia Allahu 3anhu) heeft gezegd:

“Degene die werkelijk wil weten wie hij werkelijk is, dient zijn
ziel aan de Qur’aan te presenteren (en dan zichzelf te beoordelen).”

‘Kietaabu Zuhd wa Raqaaiq’ van Iemaam Ibn Mubaarak; 39