Het Vieren van de Nacht van de Isra’ en Mi’raaj

Door Shaykh ‘Abd al-‘Aziz ibn Baaz (rahimahullah). (www.islam-qa.com)
Vertaald door www.AlMutaqqun.tk



De Isra’ en Mi’raaj (de Nachtreis van de Profeet en zijn Opstijging tot de hemel) zijn ongetwijfeld twee grote tekenen van Allah die op de waarachtigheid van Zijn Boodschapper Mohammed (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) wijzen en op grootheid van zijn status voor Allah. Het zijn ook tekenen van de enorme macht van Allah en van Zijn verheven positie boven Zijn schepping. Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Heilig is Degene Die ’s nachts Zijn dienaar (Mohammed) van de Masdjid al-Haram (de Gewijde Moskee te Mekka) naar de Masdjid al-Aqsa heeft gebracht, waarvan Wij de omgeving hebben gezegend, opdat Wij hem van Onze Tekenen lieten zien. Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alziende.” [al-Isra’ 17:1]

Er zijn mutawaatir overleveringen van de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) dat hij meegenomen werd naar de hemelen en hun poorten voor hem geopend werden, totdat hij voorbij de zevende hemel kwam, waar zijn Heer hem toesprak zoals Hij gewild had, en hem de vijf dagelijkse gebeden oplegde. Eerst legde Allah de Verhevene vijftig gebeden op, maar onze Profeet Mohammed (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) bleef terug gaan en Hem vragen om het aantal te verminderen, totdat Hij er vijf van maakte. Er zijn dus vijf verplichte gebeden maar vijftig in beloning omdat elke goede daad vertienvoudigd wordt. Aan Allah is alle lof en dank voor al Zijn zegeningen.

Er is niets in de sahih ahadith te vinden dat erop wijst dat de nacht waarop de Isra’ en Mi’raaj plaatsvonden in de maand Rajab valt, of in een andere maand. Van alles wat overgeleverd is over een specifieke datum voor deze gebeurtenissen, kan volgens de hadithgeleerden niet bewezen worden dat het van de Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) afkomstig is. Allah heeft wijze redenen om het de mensen te laten vergeten. Zelfs als de datum bewezen was, zou het voor de moslims niet toegestaan zijn om deze datum uit te zonderen voor bepaalde handelingen van aanbidding en het is niet toegestaan om het te vieren, omdat de Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) en zijn metgezellen (radiAllahu ‘anhum) het niet vierden en het op geen enkele wijze uitzonderden. Als het vieren ervan voorgeschreven was in de islam, dan zou de Boodschapper zijn ummah daarover verteld hebben, ofwel in woorden of in daden. Als dat gebeurd was dan zou het welbekend zijn en zijn metgezellen zouden de informatie aan ons doorgegeven hebben. Zij hebben alles wat zijn ummah moet weten van hun Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) overgeleverd, en zij hebben geen enkel aspect van de religie genegeerd, zij waren juist de eersten die iets goeds deden. Als het vieren van deze nacht voorgeschreven was in de islam, dan zouden zij de eersten geweest zijn die dit zouden doen. De Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) was het meest oprecht van de mensen en hij heeft de boodschap volledig aan de mensen overgedragen en het vertrouwen vervuld. Als het vereren en vieren van deze nacht een onderdeel van de religie van Allah zou zijn, dan zou de Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) dat gedaan hebben en zou hij het niet verborgen hebben. Aangezien dit niet gebeurd is, is het bekend dat het vieren en vereren van deze nacht absoluut geen onderdeel is van de islam. Allah heeft de religie van deze ummah vervolmaakt en Zijn gunst aan hen voltooid en Hij misprijst degenen die dingen in de religie introduceren, die Allah niet verordend heeft. Allah zegt in Zijn heilige Boek (interpretatie van de betekenis):

“Vandaag heb Ik jullie godsdienst voor jullie vervolmaakt en heb Ik Mijn gunst voor jullie volledig gemaakt en heb Ik de islam voor jullie als godsdienst gekozen.” [al-Maa’idah 5:3]

En Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Hebben zij deelgenoten die hun in de godsdienst dat voorschrijven waartoe Allah geen toestemming heeft gegeven?” [Ash-Shoera 42:21]

In de sahih ahadith is bewezen dat de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) tegen bid’ah (innovatie) waarschuwde en duidelijk verklaarde dat het een misleiding is, om de ummah te laten zien hoe ernstig de kwestie is en om hen er vanaf te houden.

Het is bijvoorbeeld overgeleverd in al-Sahihayn van ‘Aisha (radiAllahu ‘anha) dat de Profeet (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) zei: “Als iemand iets in deze zaak van ons introduceert wat er geen onderdeel van is, zal het afgewezen worden.” In een hadith die overgeleverd is door Muslim staat: “Als iemand iets doet wat geen onderdeel is van deze zaak van ons, zal het afgewezen worden.”

In Sahih Muslim is overgeleverd dat Jaabir (radiAllahu ‘anhu) gezegd heeft: “De Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) was gewoon om op vrijdag in zijn khutbah te zeggen: ‘De beste spraak is het Boek van Allah en de beste leiding is de leiding van Mohammed. De slechtste zaken zijn de zaken die geïnnoveerd zijn en elke innovatie is een dwaling.’” Al-Nasaa’i voegde er met een jayyid isnaad aan toe: “en elke dwaling zal in het Vuur zijn.”

In al-Sunan is overgeleverd dat al-‘Irbaad ibn Saariyah (radiAllahu ‘anhu) zei: “De Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) gaf een toespraak die onze harten deed smelten en onze ogen met tranen vulden. We zeiden: ‘O Boodschapper van Allah, het is alsof het een afscheidsrede is, dus adviseer ons.’ Hij zei: ‘Ik adviseer jullie om Allah te vrezen en te luisteren en gehoorzamen, zelfs wanneer een slaaf over jou aangesteld wordt. Degenen van jullie die blijven leven, zullen vele verschillen zien, dus spoor ik jullie aan om mijn Sunnah te volgen en de weg van de rechtgeleide kaliefen die na mij zullen komen, en houd er stevig aan vast. Pas op voor geïnnoveerde zaken want elke geïnnoveerde zaak is een bid’ah en elke bid’ah is een dwaling.’” En er zijn vele ahadith met een soortgelijke betekenis.

Waarschuwingen voor bid’ah zijn overgeleverd van de metgezellen van de Boodschapper van Allah (sallAllahu ‘alayhi wa salaam) en van de rechtgeleide salaf na hen, omdat dit niets anders is dan dingen toevoegen aan de religie en het vestigen van een religie die Allah niet verordend heeft. En het is een imitatie van de vijanden van Allah, de joden en christenen, in hun toevoegingen aan hun religies en introductie van dingen die Allah niet verordend heeft. Het impliceert ook dat de islam iets tekort komt en dat het niet compleet is en het is welbekend dat dit tot groot onheil en kwaad leidt en tegen het vers ingaat waarin Allah zegt (interpretatie van de betekenis):

“Vandaag heb Ik jullie godsdienst voor jullie vervolmaakt en heb Ik Mijn gunst voor jullie volledig gemaakt en heb Ik de islam voor jullie als godsdienst gekozen.” [al-Maa’idah 5:3]

Het gaat ook in tegen de ahadith van de Boodschapper (sallAllahu ‘alayhi wa salaam), die waarschuwen voor innovatie (bid’ah).

Ik hoop dat het bewijs dat we geciteerd hebben voldoende zal zijn om de waarheidzoeker te overtuigen van het feit dat deze bid’ah verkeerd is (m.a.w. de innovatie van het vieren van de nacht van Isra’ en Mi’raaj) en dat het absoluut geen onderdeel is van de religie van de islam.

Omdat Allah opgedragen heeft om oprecht te zijn tegenover moslims en uit te leggen wat Allah hen voorgeschreven heeft in hun religie, en omdat het haram is om kennis te verbergen, vond ik dat ik mijn moslimbroeders moest wijzen op deze innovatie die zo wijsverspreid is in zoveel gebieden dat mensen denken dat het onderdeel is van de religie. Allah is Degene Die we vragen om de zaken van alle moslims recht te zetten en om hen te zegenen met kennis van de islam en om ons en hen te helpen om standvastig te blijven op de waarheid en om alles te verlaten wat er tegenin gaat, want Hij is daartoe in staat. Moge Allah zegeningen en vrede zenden over Zijn dienaar en Boodschapper, onze Profeet Mohammed, en zijn familie en metgezellen.