1: Talq ibn Habieb zei:

“Wanneer moeilijkheden en beproevingen verschijnen, doof het dan met taqwaa’.” Men vroeg wat dat betekende, waarop hij antwoordde: “Taqwaa’ is het handelen in gehoorzaamheid aan Allaah; hopend op Allaah’s rahmah. En taqwaa’ is het niet langer handelen in ongehoorzaamheid aan Allaah, vanuit vrees voor Allaah.”

2: Iemaam Abu Haatim Ibn Hibbaan al-Bastie heeft in zijn boek ‘Rawdatu Al-‘qalaa-e wa nuzhatu al-fudalaa-e’. (p. 45) gezegd:

“De tong van de verstandige persoon zit achter zijn hart. Als hij wil praten, raadpleegt hij zijn hart; als het in zijn voordeel is dan praat hij en anders niet. En de onwetende heeft zijn hart aan het uiteinde van zijn tong zitten; alles wat zijn tong passeert spreekt hij uit en degene die zijn tong niet in bedwang houdt is niet in staat om zijn religie te begrijpen.”

3: Ibn Taymiyyah heeft in ‘As-Safadiyyah’ (2/ 293) gezegd:

“Wanneer iemand tot de godvrezenden geliefde van Allaah behoort, die gehoorzaam zijn aan Allaah en Zijn Boodschapper, vluchten de shayaatien voor hem en krijgt hij de legers van Allaah als helpers van onder de djinn, de engelen en anderen.”

4: Ibn Djoezayy zegt in zijn beroemde tafsier:

“De betekenis van taqwaa’ is vrees, vasthouden aan gehoorzaamheid aan Allaah en het verlaten van ongehoorzaamheid tegenover Hem. Het is de som van al het goede.”

5: Abu Sa’ied en Abu Hurairah hebben overgeleverd dat De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Tijdens djumu’ah is er een tijd waarin een gelovige dienaar Allaah om iets goeds vraagt en Allaah zal het hem zeker geven en die tijd is na het ‘asr gebed.”

Ahmad. Al-‘Iraaqie noemt het sahieh

6: ‘Abdullaah ibn ‘Umar heeft overgeleverd dat Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Wanneer iemand liegt, verwijdert de engel zich een mijl bij hem vandaan vanwege de slechte geur die hij afgeeft.”

At-Tirmidhie. 4844

7: ‘Abdullaah, iemaam Ahmad’s zoon, (rahimahullaah) die zei: “Ik zei tegen mijn vader dat een groep mensen bewerden dat djinns niet de lichamen van mensen kunnen binnen treden. Hij zei:

“O mijn zoon, zij liegen. Zie je niet dat zij het zijn die op hun tongen spreken.”

(Shaikh Muhammad bin Saalih al-‘Uthaymien Fataawa Islamiyah, vol.8, p.322)

8: ‘Umar ibn al-Khattaab zei:

“De beste daden zijn: het uitvoeren van datgene wat Allaah verplicht heeft, het vermijden van datgene wat Allaah verboden heeft en een oprechte intentie in datgene wat bij Allaah is.”


9: Ibn ‘Umar heeft overgeleverd dat De Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Wie soerah Al-Kahf op djumu’ah reciteert, zal worden gezegend met een licht dat zal opstijgen van onder zijn voeten tot aan de top van de hemel. Dit zal een licht voor hem worden op de Dag der Opstanding, en hij zal worden vergeven voor wat tussen de ene en volgende djumu’ah valt.”

Dit is overgeleverd door Ibn Marwwiyyah met een keten zonder fouten

10: In een hadieth uit de Sahiehain heeft ‘Uthbaan overgeleverd:

“De Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) stond op om te bidden, dus zeiden de mensen: “Waar is Maalik ibn ad-Dukhshum?” Een man zei: “Die hypocriet! Allaah en Zijn Boodschapper houden niet van hem!” Dus zei De Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam): “Zeg dat niet! Zie je niet dat hij “Laa ilaaha illaa Allaah” zegt en daarbij het Gezicht van Allaah verlangt?”

11: Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Wanneer twee mensen van elkaar houden omwille van Allaah of vanwege islaam, zullen kleine beledigingen van een van beide niet tussen hen komen.”

Sahieh Muslim

12: Abu Hurairah heeft overgeleverd, waarin De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Degene die wudhuu’ juist verricht en vervolgens naar het vrijdaggebed komt en luistert en zwijgt, voorzeker, Allaah zal zijn zonden tot de volgende vrijdag vergeven, en nog drie dagen extra.”

Deel van een hadieth van Sahieh Muslim en At-Tirmidhie en Abu Daawuud. Sahieh verklaard door shaikh al-Albaanie

13: Anas heeft overgeleverd: “De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Als Allaah het goed bedoelt met Zijn dienaar, dan leidt Hij hem.” Er werd gezegd: “Hoe leidt Hij hem, O Boodschapper van Allaah?” Hij zei: “Hij helpt hem rechtschapen daden te verrichten voordat hij sterft.”

At-Tirmidhie in zijn Sunan

14: Iemaam Muhammad ibn ‘Abd al-Wahhaab heeft gezegd in ‘Ad-Durar as-Saniyya’ (1/ 70).:

“De vijf pilaren van islaam zijn samengesteld uit een pilaar; namelijk de twee geloofsgetuigenissen en de vier pijlers. Voor wat deze laatste betreft, al wie hun verplichte karakter erkent, maar ze verlaat uit luiheid is nog altijd een moslim.”

16: Abu Hurairah heeft overgeleverd dat De Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) langs een graf kwam en zei:

“Wie is de bewoner van dit graf?” Zij zeiden: “Die en die.” Hij zei: “Twee rak’aah zouden geliefder voor hem zijn dan de rest van de wereld.”

At-Tabaraanie in al-Awsat met een hasan isnaad

17: Zayd ibn Thaabit heeft overgeleverd dat De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Degene wiens enige zorg het wereldse is, Allaah zal zijn zaken verbrokkelen en armoede voor zijn ogen plaatsen en hij zal niets van deze wereld verwerven, behalve datgene wat voor hem is voorbeschikt. Degene wiens intentie echter het Hiernamaals is, Allaah zal zijn zaken voor hem rechtzetten en de rijkdom in zijn hart plaatsen en het wereldse zal onderworpen tot hem komen.”

Ibn Maadjah (4105), Ahmad (5/183) en Ibn Hibbaan (72). Sahieh verklaard door shaik al-Albaanie in: ‘Silsilat al-Ahaadieth as-Sahiehah’ (950)

19: De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft in de Sahiehain gezegd:

“Een ieder die wenst verlost te worden van het Vuur en die de djannah wenst binnen te gaan, dient te sterven met geloof in Allaah en de Laatste Dag en dient de mensen te behandelen, zoals hij zelf door hen behandeld wenst te worden.”


20: Ibn Taymiyyah (rahimahullaah) heeft gezegd:

“Een rampspoed die ervoor zorgt dat je jezelf tot Allaah wendt is beter dan een gunst die jou de herdenking van Allaah laat vergeten.”

‘Tasliya Ahl al-Masaa’ib’

21: Aws ibn Aws die zei dat De Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Degene die een bad neemt op de dag van djumu’ah en vervolgens vroeg vertrekt, loopt en niet rijdt, dichtbij de iemaam komt en niet spreekt, heeft voor iedere stap die hij heeft gemaakt de beloning gelijkwaardig aan een jaar vasten en (s‘nachts) bidden.”

Overgeleverd door At-Taylaasie (1114), Ibn Abi Shaybah (2/93), Ahmad (4/8), Ad-Daarimie (1/363), Abu Daawuud (345), At-Tirmidhie (496), An-Nasaa’ie (3/95), Ibn Khuzaymah (1758), Ibn Maadjah (1087) en Ibn Hibbaan (559). Al-Albaanie heeft gezegd dat de hadieth sahieh is. (Sahieh At-Tirmidhie: 410).

22: Yuunus ibn ‘Ubaydullaah heeft gezegd (in ‘Djaamie' al-‘uluum wa al hikkam.’ 2/ 147 van Al-Haafidh ibn Radjab).:

“Altijd wanneer ik zag dat iemand zijn tong in de gaten hield, zag ik dat dit invloed op de oprechtheid van zijn daden had.”

23: Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Degene die ghusl verricht op yawm-ul-djumu’ah, vroeg wakker wordt, vroeg vertrekt, loopt in plaats van te rijden, dichtbij de iemaam probeert te komen, luistert en niet praat (of onnodig afleidt) zal de beloning van een jaar vasten en in gebed staan krijgen voor iedere stap die hij nam.”

Abu Daawuud

24: Bakr ibn ‘Abdullaah Al-Muzaanie heeft in zijn ‘Tahdieb At-Tahdib’ gezegd:

“Pas op voor gepraat waar je niet voor beloond zult worden als je het goed hebt en waarbij je zult zondigen als je het fout hebt; en dat zijn de slechte vermoedens over je broeder.”

25: Sommige van de Salaf zeiden:

“Waarschuwingen hebben alleen waarde wanneer het vanuit het hart komt en het ook de harten raakt; waarschuwingen die van de tong komen gaan alleen een oor in en het andere oor weer uit.”

26: Abu Qulaalah ‘Abdullaah ibn Zayd Al Djarmie heeft in ‘Al-Hielyah’ van Abu Na’iem (2/ 285) gezegd:

“Wanneer jou iets bereikt over je broeder wat jij haat, doe dan je best om voor hem een excuus te bedenken en wanneer je geen excuus kunt bedenken zeg dan in jezelf: “Het zou kunnen zijn dat mijn broeder een excuus heeft waarvan ik niet op de hoogte ben.”

27: Abu Hurairah heeft overgeleverd dat De Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“De engelen bidden voor ieder van jullie zolang hij op zijn gebedsplek is en zijn wudhuu’ niet verbreekt. Zij zeggen: “O Allaah, vergeef hem, heb rahmah voor hem, zolang hij op de salaah wacht. Niets houdt hem tegen om naar zijn familie terug te keren behalve de salaah.”

Al-Bukhaarie (2/142) en Muslim (1/459)

28: De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Pas op voor het lijden van een leven in weelde en comfort, want waarlijk de ware dienaren van Allaah zijn niet diegenen die met gemak en comfort leven.”

Ahmad en Abu Nu’aym in: ‘Al-Hilyah.’ Al-Albaanie zei in: ‘Al-Mishkaat’: “De isnaad is goed.”

29: Silah bin Ashyam zei:

“Laat de dood je motto zijn, want zodoende zal het je niet uit maken of je de ochtend rijk bereikt of problemen in dit leven hebt.”

30: Iemaam Maalik zei:

“Ik heb in dit land mensen ontmoet die geen fouten hadden, maar omdat zij hun tijd besteedden aan het zoeken naar andermans fouten, stapelden hun eigen fouten hierdoor op. En ik heb in dit land mensen ontmoet die fouten hadden, maar zij bleven stil wanneer het om de fouten van anderen ging en daardoor werden hun fouten vergeven!”

31: Al Hasan Al-Basrie zei:

“De ziel van de zoon van Aadam zal dit leven met drie soorten spijt verlaten; omdat hij niet alles heeft, omdat hij niet bereikt heeft wat hij gehoopt had te bereiken en omdat hij zich niet goed heeft voorbereid op wat hij gaat aanschouwen.”

‘Mukaashafatul-Quluub’ p. 158

32: Ibn ‘Abbaas zei:

“Eigen verlangen is ook een god die naast Allaah wordt aanbeden. Er wordt gezegd: “Er is niets zo slecht bij Allaah als de lusten waar mensen slaven van zijn.”

33: Qataadah heeft gezegd:

“Allaah maakt mensen bang met wat Hij wil, zodat zij een les kunnen leren en Hem herdenken en tot Hem terug keren. Er werd ons verteld dat Al-Kufah een aardbeving ondervond in de tijd van Ibn Mas’ud die zei:“O mensen, jullie Heer schudt jullie wakker, dus let op!

At-Tabarie 17: 478

34: Mu’aawiyah heeft overgeleverd dat hij Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) hoorde zeggen:

“Wanneer je naar de fouten van de moslims gaat zoeken heb je hen kapot gemaakt.”

Abu Daawuud

35: Al-Hasan al-Basrie heeft gezegd:

“Genees je hart omdat Allaah van Zijn dienaren goede harten en daden wenst. Het hart is de plek die de Heer ziet; Allaah kijkt niet naar jullie vorm (uiterlijk) en lichaam, maar Hij kijkt naar jullie harten en daden. De mens zou zijn hart moeten verbeteren en genezen en hij zou aandacht moeten geven aan deze klomp aan de binnenkant, want als deze goed is, is alles goed. Alles draait dus om het hart.”

36: Qataadah zei:

“Deze Qur’aan leidt jullie naar het herkennen van jullie ziekten en naar hun medicatie. Jullie ziekten zijn jullie zonden en jullie medicatie is het zoeken naar Allaah’s vergeving.”

37: Anas heeft overgeleverd dat er iemand naar Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) toe kwam en zei:

“O Boodschapper van Allaah ik heb een overtreding begaan, welke straf volgens de shari’ah verdient, geef mij die straf dus volgens het Boek van Allaah. Hierop antwoordde hij: “Was je tijdens de salaat ul-djamaa’ah (het gezamenlijk gebed) aanwezig bij ons?” Hij zei: “Ja.” Daarop zei hij: “Er is jou vergeving geschonken.”

Sahieh Muslim deel 4 nr. 6660

38: ‘Uthmaan ibn ‘Affaan heeft gezegd:

“Als jullie harten echt zuiver waren, zouden jullie nooit verzadigd zijn van de woorden van Allaah.”

Zie: ‘Khushuu’ in het gebed’ van Ibn Radjab, p. 12

39: Salamah bin Dinaar zei:

“Laat iedere zaak die ervoor zorgt dat je de dood haat te ontmoeten los!”

‘Tathkiratul ‘Huffath door Adh-Dhahabie’ deel 1. P. 133

40: Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“De schrijver aan de linker kant heft zes uren lang zijn pen op, voordat hij de zonde van een moslim opschrijft. Wanneer hij (een moslim) spijt heeft en Allaah’s vergeving zoekt wordt de zonde niet opgeschreven, anders wordt het als een daad genoteerd.”


At-Tabaraanie in: ‘Al-Kabier’ en Al-Baihaaqie in: ‘Shu’ab al-Iemaan’. Hasan verklaard door shaikh al-Albaanie in: ‘Silsilat al-Ahaadieth as-Sahiehah’ 1209

41: Ahmad en al-Haakim hebben overgeleverd:

“Voorwaar, shaytaan zei: “Bij Uw glorie en majesteit, ik zal nooit ophouden met het misleiden van Uw dienaren zolang hun zielen nog in hun lichamen verblijven.” En de Heer zei: “Bij Mijn glorie en majesteit, Ik zal nooit ophouden met vergeving schenken, zolang zij om Mijn vergeving vragen.”

‘Sahieh Al-Djaamie’ As-Saghier’ 2/ 72

42: Men zei tegen Rabie’ ibn Khaytham:

“We hebben jou nooit naar de fouten van anderen zien zoeken?” Hij antwoordde: “Ik ben niet tevreden genoeg over mijzelf om mijn tijd te besteden aan het zoeken naar andermans fouten.”

43: De Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“De sterke gelovige is beter en geliefder bij Allaah dan de zwakke gelovige. Echter, beide zijn goed. Doe je best om dat wat jou nut bezorgd te behalen, vraag hulp aan Allaah en geef niet op.”

Sahieh Muslim

44: De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) in een hadieth hasan overgeleverd door Abu Ayuub:

“Wanneer je in gebed staat, bid dan alsof je (deze wereld) verlaat.”

Ibn Maadjah, Ahmad en Abu Nu’aym in: ‘Al-Hilyah.’ Hasan verklaard door shaikh al-Albaanie in: ‘As-Sahiehah’

45: Ibn Al-Qayyim heeft gezegd:

“Zij aanbidden anderen dan Allaah met liefde, angst, hoop, lofuitingen en nederigheid. Zij hebben lief, haten, geven en houden vast om hun verlangens. Hun verlangens zijn hun meer geliefd dan Allaah’s tevredenheid; verlangen is hun leider, lust is hun wegwijzer, onwetendheid is hun drijfveer en nalatigheid hun voertuig.”

46: Ibn Taymiyyah (rahimahullaah) zei:

“Een ieder die de Qur’aan niet leest, is een verliezer en een ieder die hem leest, maar hem niet overpeinst, is een verliezer. En een ieder die de Qur’aan leest, hem overpeinst, maar er niet naar handelt, is een verliezer.”

47: Een van de metgezellen heeft gezegd, toen het niet goed ging met zijn vriend:

“Wat hij het meeste van mij nodig heeft nu hij een zonde heeft begaan is dat ik zijn hand neem, hem zachtjes adviseer en Allaah smeek dat hij terug keert naar de weg waar hij hiervoor op was.”

‘Al-Ihyaa’ deel 2 p.200

48: In ‘Mukhtasar Minhadj al-Qasidin’ wordt het volgende vermeld:

“Weet dat het hart van degene die zich druk bezig houdt met deze wereld en zijn verleidingen, onvermijdelijk onachtzaam zal zijn van het herinneren aan de dood. En als diegene zich de dood herinnert, zal hij het verafschuwen en er afkerig van zijn.”

49: ‘Abd ur-Rahmaan ibn Mahdie zei:

“Als het niet vanwege het feit was dat ik er een afschuw van heb dat er tegenover Allaah wordt gezondigd, dan had ik gehoopt dat iedereen over mij zou praten en mij zou belasteren. Is er iets meer aangenaam dan een goede daad die men op de Dag der Opstanding in zijn boek treft waar hij niets voor heeft gedaan en waar hij niets van weet?”

50: Al-Khatieb al-Baghdaadie heeft gezegd: “En wanneer degene die de verkeerde meningen volgt, de ware soennah van Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) ging zoeken en de weg van de leraren en de mensen van de hadieth ging volgen, zou hij datgene vinden wat hem meer zal verrijken dan wat hij ook maar ooit vond.”

51: De Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Degene die salaat ul fadjr verricht is onder de bescherming van Allaah.”

At-Tabaraanie 7/ 267; Sahieh al-Djaamie’ nr. 6344

52: De Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Degenen die het beste karakter hebben.” Toen vroeg hij: “Wie van de gelovigen zijn het meest intelligent?” Hij antwoordde: “Degenen die het meest aan de dood denken en die het beste zijn voorbereid op wat daarna volgt.”

Hasan verklaard door shaikh al-Albaanie in: ‘As Sahiehah’

53: Ibn al-Djawzie heeft in ‘Sayd al-Khaatir’ (p. 239) gezegd:

“Ik heb gezien dat alle dienaren zich op het slagveld bevinden en dat de shayaatien hen beschieten met de pijlen van begeerte en hen slaan met de zwaarden van de lust. Wat de onachtzamen betreft, zij vallen neer op het eerste moment van treffen. Maar wat de godvrezenden betreft; zij spannen zich tot hun uiterste in in de strijd en het is onvermijdelijk dat zij tijdens deze lange strijd gewond raken. Zij raken dus gewond en genezen opnieuw, maar worden tegen de dood beschermd.”

54: Ibn Kathir zegt in zijn tafsier over de uitspraak van Allaah:

“Voorwaar, degenen van hen die bedachtzaam zijn vanwege hun angst voor Allaah” dat zij ondanks hun geloof en goede daden en het geven van liefdadigheid, bezorgd zijn en vrees hebben voor Allaah, wat betreft datgene wat Allaah voor hen heeft voorbereid.”

55: De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Voorwaar, woede komt van de shaytaan en voorwaar, de shaytaan is geschapen uit vuur. En waarlijk, het vuur wordt door water geblust. Wanneer iemand van jullie boos wordt, laat hij dan wudhuu’ verrichten.”

Ahmad (4/ 226) en Abu Daawuud (2/ 550)

56: Ibn Taymiyyah heeft in ‘Madjmoe’ al-Fataawa’ (22/ 608) gezegd:

“De dienaar dient standvastig te zijn, geduld te hebben en zich te blijven houden aan de dhikrullaah en het gebed. Hij dient dit niet op te geven, want door dit voortdurend uit te voeren, wordt de list van de shaytaan van hem afgewend.”

57: Fudhail ibn ‘Iyaad heeft gezegd:

“Degene die een broeder zonder tekortkomingen zoekt, zal zonder broederschap blijven.”

‘Rawdat Al-‘Uqalaa’ p. 169

58: ‘Abdullaah ibn ‘Amr heeft overgeleverd dat De Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Degene die naar de moskee gaat die de salaatul-djamaa’ah gaat; voor ieder van zijn stappen wordt met de ene stap een zonde uitgewist en met de andere wordt een goede daad opgeschreven, zowel bij het gaan als bij het terug komen.”


Overgeleverd door Ibn Hibbaan (419) en Ahmad (5/268) en Al-Albaanie zei dat de isnaad hasan is (‘Sahieh at-Targhieb’: 299)

59: ‘Abdullaah ibn al-Mubaarak heeft gezegd:

“Het kan zijn dat een kleine daad groot wordt door de intentie en het kan zijn dat een grote daad klein wordt door de intentie.”

60: Ya’laa ibn Murrah Ath-Thaqafie zei:

“We gingen op een veldtocht met Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) en we stopten om te rusten. De Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) viel in slaap en een boom kwam, zich door de aarde worstelend, naar hem toe totdat hij dichtbij was, daarna ging de boom naar zijn plaats terug. Toen Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) wakker werd, vertelde ik hem hierover en hij zei:

“Dat is de boom die aan zijn Heer om verlof vroeg om De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) te mogen groeten en het verlof werd hem gegeven.”

61: Ibn Taymiyyah heeft in ‘Al-djawaab as-Sahieh’ (5/ 346-357)gezegd:

“Datgene waarmee de Boodschapper is gekomen, is een enorme hinder voor de doelstellingen van de shayaatien. Er heeft op aarde geen gebeurtenis plaats gevonden die de doelstellingen van de shayaatien zo dwarsboomt als de zending van Muhammad en de openbaring van de Qur’aan tot hem.”


62: In de Sunan van Abu Daawuud en At-Tirmidhie van de hadieth van Buraydah die zei dat De Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Geef blijde tijdingen aan degenen die in de donkerte naar de masdjid toe lopen, dat zij volledig licht zullen hebben op de Dag des Oordeels.”

Abu Daawuud (561), At-Tirmidhie (223), Ibn Khuzaymah (1498), Ibn Maajah (780) en Ibn Hibbaan (422). Al-Albaanie zei dat de hadieth sahieh is (Sahieh Abu Daawuud: 525)

63: Ibn al-Qayyim zeidat Ibn Taymiyyah een keer tegen hem zei:

“Degene die echt gevangen is, is degene wiens hart afgesloten is van Allaah en de gegijzelde is degene die verslaafd is aan zijn verlangens.”

‘Al-Waabil as-Sayyib’ p. 61

64: ‘Aa’ishah heeft overgeleverd dat Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Er is geen tijd waarin de zoon van Aadam zich Allaah niet herinnert, of het zal een bron van spijt voor hem zijn op de Dag des Oordeels.”

Al-Baihaaqie

65: Abu Hurairah heeft verhaald: “De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

"Wanneer Allaah van een dienaar houdt, roept Hij (Djibriel) en zegt: "Allaah houdt van die en die (persoon), houdt daarom van hem. Dan zal (Djibriel) van hem houden. Daarna roept (Djibriel) de bewoners van de hemel en zegt: "Allaah houdt van die en die, houdt daarom van hem." Dan zullen de bewoners van de hemel van hem houden. Daarna zal hem acceptatie (onder de gemeenschap van de gelovigen) verleend worden op aarde."

Al-Bukhaarie en Muslim

66: Abu Hurairah heeft overgeleverd: “Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Rijkdom vermindert niet door het geven (van sadaqah). Allaah vermeerdert de eer van degene die vergeeft en degene die nederigheid toont tegenover de ander, waarbij hij de tevredenheid van
Allaah zoekt; Allaah verheft hem in rangen.”

Muslim

67: Ibn ‘Abbaas heeft overgeleverd dat De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Wanneer iemand voortdurend vergeving vraagt (‘istighfaar’), zal Allaah voor hem een uitweg kiezen voor iedere moeilijkheid en verlichting van iedere bezorgdheid en voor hem een voorziening (‘rizq’) bereiden van waar hij het niet verwacht.”

Abu Daawuud

68: De Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Degene die berouw verricht over de zonde, is als degene die geen zonde heeft.”

‘Sahieh al-Djaamie’ nr. 3008

69: Ibn Abi ‘Aasim en anderen hebben overgeleverd dat Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Shaytaan zegt: “Ik vernietig mensen via zonden en zij vernietigen mij door “Laa ilaaha illaa’llaah” te zeggen en vergeving te vragen. Toen ik me dit realiseerde spoorde ik hun verlangens zo erg aan dat zij zonden begaan en niet langer om vergeving vragen, denkende dat zij juist goed deden.”

Abu Ya’laa en Ibn Abi ‘Aasim

70: ‘Abdullaah ibn Mas’ud zei:

“De djamaa’ah is datgene wat volgens de gehoorzaamheid aan Allaah is, zelfs als jij alleen bent.”

‘Al-Laalikaa’ie’ (nr. 160), Ibnul Qayyum van ‘I’laam al-Muwaqi’ien’ (5/ 388)

71: Thawbaan zei: “Ik hoorde Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zeggen:

“Verricht vaker salaah, want iedere sudjuud die je verricht voor Allaah zal jouw positie een graad verhogen en een van je zonden verminderen.”

Muslim

72: De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Zeg “aamien” wanneer de iemaam “aamien” zegt; wanneer iemand van jullie “aamien” in het gebed zegt en de engelen in de lucht zeggen “aamien” en zij vallen samen, dan worden zijn
vroegere zonden vergeven.”

Bukhaarie, Muslim, An-Nasaa’ie en Daarimie

73: Salmaan al-Faarsie zei:

“Wudhuu’ wist de wonden van de kleine zonden schoon, lopen naar de moskee wist meer dan dat en de salaah zelfs nog meer dan dat.”

Verzameld door Muhammad Ibn Nasr Al-Mawrazie

74: Abu Dharr en Mu’aadh bin Djabal hebben verhaald dat De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Vrees Allaah waar je ook bent, verricht goede daden na slechte daden te hebben verricht; de eersten zullen de laatste uitwissen en gedraag jullie fatsoenlijk tegenover mensen.”

At-Tirmidhie

75: Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Degene die slechte daden verricht en vervolgens goede daden, is als iemand die strakke kleding draagt die hem bijna verstikt; wanneer hij een goede daad verricht gaat het losser zitten en wanneer hij nog meer goede daden verricht gaat het nog losser zitten, totdat het van hem af valt en op de grond valt.”

At-Tabaraanie in: ‘Al-Kabier’; ‘Sahieh al-Djaamie’ nr. 2192

76: Shaikh ‘Ubayd al-Djaabirie zei:

“En zij zijn heel weinig, omdat degenen die volledig aan de soennah vast houden heel weinig zijn in iedere tijd.”

77: De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Er zal nooit een groep van mijn ummah ophouden te bestaan die de waarheid omhoog houdt, zonder geschaad te worden door degenen die tegen hen zijn totdat het bevel van Allaah komt.”

Sahieh Sunan At-Tirmidhie (nr. 2229) ‘Baab ma jaa fil-A’imatil-Mudhillien.’ Hasan-Sahieh hadieth

78: De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft in Sahieh Muslim gezegd:

“Haast met het verrichten van goede daden, want er zullen jullie beproevingen overkomen zoals een donker deel van de nacht. Een man kan in de ochtend een gelovige zijn en een ongelovige
tegen de avond. Hij kan een gelovige zijn in de avond en ongelovige tegen de ochtend. Hij verkoopt zijn religie voor een klein bedrag van deze wereld.”


Sahieh Muslim (186/118) hadiethnr. 309. ‘Baab al-Hath ‘alal-Mubadara bil ‘A’maal qabl tadhahur al-fitan’ kietaab al-iemaan’

79: De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Waarlijk, Allaah kijkt niet naar jullie uiterlijk of bezit, maar Hij kijkt naar jullie harten en daden.”

Sahieh Muslim, kietaab al-birr wa sila wal adab (goedheid, bloedband en manieren) nr. 6489

80: De Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Blijf met de djamaa’ah, want Allaahs Hand is over de djamaa’ah.”

‘Sahieh Sunan An-Nasaa’ie’(nr. 4020) Sahieh verklaard door shaikh al-Albaanie

81: Abu Hurairah heeft overgeleverd dat De Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Degene die zinaa (seksuele omgang zonder huwelijk) verricht is geen mu’min op het moment dat hij zinaa verricht. En een dief is geen mu’min op het moment dat hij steelt. En een drinker is geen mu’min op het moment dat hij drinkt. Desondanks is de poort van tawbah daarna open.”

Sahieh Al-Bukhaarie, kietaab al-huduud, 6810

82: Maalik ibn Anas heeft gezegd:

“Niets zal het laatste deel van deze ummah rechtzetten behalve datgene wat het eerste deel recht zette.”

‘Madjmu’ al-Fataawa’ (20/ 375)

83: Ibn Mas’ud, Ibn ‘Abbaas en anderen zeiden:

“Dit was omdat de vis hem mee door de zee nam, het doorklievend totdat het de bodem van de zee bereikte. Yuunus hoorde de stenen op de bodem van de zee Allaah loven en toen zei hij: “Laa illaaha illaa Ant, Subhaanak innie koentoe minal dhaalimien.” Ibn Abi Shaybah 11: 541,13: 578. Iemaam Ahmad heeft een hadieth verzameld van Sa’d bin Abi Waqqaas waarin Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zegt:
“Geen moslim bidt tot zijn Heer met de woorden van Dhun-Nun (Yuunus), toen hij in de buik van de vis was, of zijn du’aa wordt beantwoord.”

Ahmad 1: 170

84: ‘Iyaad bin Himaar heeft in Sahieh Muslim overgeleverd dat De Profeet (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Iemand dient zichzelf niet boven een ander te plaatsen, noch een ander onrecht aan te doen.”

85: Ibn al-Qayyim heeft gezegd:

“Er zijn twee belangrijke dingen die je moet doen. Het eerste is je hart van deze wereld losmaken en het verplaatsen naar het hiernamaals, vervolgens dien je al je aandacht te besteden aan de Qur’aan en het te overpeinzen en over de redenen van de openbaringen na te denken. Probeer van elk vers iets te begrijpen en pas het toe op de ziekte van je hart. Deze verzen zijn neer gezonden om het hart te genezen, dus je zult, inshaa-e Allaah, worden genezen.”

86: Ibn Battaal zei:

“Zacht en vriendelijk zijn behoren tot de nobele manieren van de gelovigen en het houdt in dat je de vleugels van rahmah voor de mensen neerslaat; zacht zijn in spreektaal en niet hard tegen hen zijn.”

87: In de Sahiehain staat:

“Hij onderdrukt hem niet, noch kijkt hij op hem neer, noch vernedert hij hem. Het is erg genoeg voor een moslim om zijn broeder te minachten.”

88: ‘Iyaad bin Himaar heeft overgeleverd dat Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Inderdaad, Allaah heeft aan mij geopenbaard dat jullie nederigheid moeten tonen, zodat niemand onder jullie trotsheid tegenover een ander voelt en niemand van jullie mag iemand anders onrecht aandoen.”

Verzameld door Muslim, Abu Daawuud e.a.

89: Thawbaan heeft overgeleverd dat Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Laat ieder van jullie een dankbaar hart hebben (tegenover Allaah), en een tong die dhikr doet (Allaah herinnert) en een gelovige (‘mu’minah’) vrouw die hem steunt wat betreft zijn zaken voor al-Aakhirah.” (voor het Hiernamaals)

Verzameld door Ahmad, At-Tirmidhie en anderen.

90: Al-Hasan al-Basrie zei:

“Wanneer een jonge man toegewijd is, dan herkennen we hem niet door zijn woorden. We herkennen hem veeleer door zijn daden. Dat is deugdzame kennis.”


91: Sufyaan Ath-Thawrie zei:

“De mensen zijn tevreden met slechts het luisteren naar de ahaadieth, terwijl zij het handelen ernaar hebben opgegeven.”

(‘Knowledge mandates action’, door: iemaam Abu Bakr Ahmad bin ‘Alie Al-Khaieb Al-Baghdaadie)

92: Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Geef blijde tijdingen aan de weinigen; degenen die reinigen en corrigeren wat de mensen hebben veranderd aan mijn soennah.”

Sahieh verklaard door sheikh al-Albaanie in: ‘As-Silsilatus-Sahiehah’ nr.1273

93: Sommige van de Salaf zeiden:

“Kennis zoekt naar daden, als het dat niet vindt, zal het weg gaan.”

(Uit: ‘Clear advice for benefiting from islaamic lectures; fataawa by Bin Baaz, Al-‘Uthaymeen and others’)

94: Ibn ‘Umar en Ibn ‘Amr hebben overgeleverd dat Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Dit leven is een tijdelijke verblijfplaats en het beste van deze verblijfplaats is een vrome vrouw.”

Verzameld door Muslim, Ahmad en An-Nasaa’ie

95: De Boodschapper van Allaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd:

“Vermeerder het herinneren van de vernietiger van alle plezieren; de dood. Want waarlijk, degene die het zich herinnert terwijl hij het moeilijk heeft voelt er verlichting door.”

An-Nasaa’ie, At-Tirmidhie, Ibn Maadjah en anderen. Sahieh

96: ‘Aa’ishah heeft gezegd: “Ik vroeg Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) over de volgende aayah:
“En degenen die (hun sadaqah) weg geven, geven met hun harten vol angst.” Ik vroeg: “Zijn dit mensen die zinaa (onwettig seksueel contact) doen, stelen en alcohol drinken?”

Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei: “Nee, O dochter van Abu Bakr, zij zijn degenen die vasten, sadaqah geven en bidden terwijl zij bang zijn dat hun daden niet geaccepteerd zullen worden.”

At-Tirmidhie, Ibn Maadjah en anderen. Hasan hadieth in: ‘As-Sahiehah’

97: Abu Hurairah heeft overgeleverd dat Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) zei:

“Degene die trouwt met als doel datgene wat Allaah verboden heeft te voorkomen, heeft recht op Allaahs hulp.”

Verzameld door Ibn ‘Adiyy

98: Abu Hamied al-Ghazalie heeft gezegd:

“Jullie moeten weten dat ieder die ervoor kiest om thuis te zitten, waar dat ook mag zijn, schuld heeft aan wat er in deze tijd aan slechts is. Want door dat te doen negeert hij de plicht om mensen te leiden en te onderwijzen en hen het goede te bevelen.”

99: Rasuulullaah (Salla Allahu 3alayhi wa Salam) heeft gezegd in een hadieth overgeleverd door Ibn ‘Abbaas:

“Voor degenen die van elkaar houden, heeft niets bewezen zo goed te zijn als an-nikaah.”

Verzameld door Ibn Maadjah, Al-Haakim en anderen

100: Al-Hasan al-Basrie heeft gezegd:

“Ik heb de dood gezien en zal niet stoppen met werken totdat ik het zal ontmoeten.”

‘At-Tadzhkirah’ van iemaam al Quurtubie