Vandalen hebben maandag een moskee in het Arabisch-Israëlische dorp Tuba-Zangria, in het noorden van Israël, in brand gestoken.

Dit leidde tot protesten en confrontaties tussen Palestijnen en de politie. Leuzen op de muren van de moskee doen vermoeden dat joodse extremisten betrokken zijn bij de brandstichting. Volgens politiewoordvoerder Micky Rosenfeld was op de muur van het gebedshuis het woord 'prijskaartje' gespoten, een verwijzing die vaak door joodse kolonisten wordt gebruikt bij aanvallen op Palestijnen en hun eigendommen.

De kolonisten voeren de aanvallen uit als vergelding voor Palestijnse aanvallen op nederzettingen. In de moskee werd een tapijt in brand gestoken en de binnenmuren raakten beschadigd, aldus Rosenfeld. Israëlische media meldden dat er tevens korans in brand gestoken waren. Rond de tweehonderd inwoners van Tuba-Zangria marcheerden naar een belangrijk kruispunt met als doel de weg te blokkeren.

Sommige betogers staken autobanden in brand en gooiden stenen naar agenten die de betogers met traangas uiteen joegen. Er vielen geen gewonden. De politie is gemobiliseerd om te voorkomen dat zich ongeregeldheden voordoen en is in gesprek met de dorpsoudsten om de spanningen weg te nemen.



De Israëlische premier Benjamin Netanyahu keurde de aanval op de moskee af. Volgens Netanyahu staat de aanval 'haaks op de waarden van de staat Israël'.

(Novum)