Sa’eed bin Ubayd Thaqafi heeft overgeleverd:

“Gedurende de slag bij Taa’if zag ik Abu Sufyaan bin Harb [zittend] eten op de muur van Abu Ya’la. Ik vuurde een pijl op hem af die in zijn oogkas schoot. Vervolgens ging hij naar de Boodschapper van Allaah en zei tegen hem: ‘Mijn oog is geraakt op de weg van Allaah.’ De Boodschapper van Allaah reageerde: ‘Als jij wilt kan ik tot Allaah bidden om je oog terug te krijgen. Indien jij anderszins wenst kan je Jannah geschonken worden [in ruil voor jou oogletsel].’ Abu Sufyaan zei: ‘Laat het dan Jannah zijn!’” ¹

¹ Ibn asaakir ‘Kazul Ummaal’ vol. 5 p. 307, Zubayr bin Bakkaar ‘Kazul Ummaal’ vol. 2 p. 178

[‘Hayatus Sahabah’ vol. 1 p. 494]