Sluwe verkrachters in Bahrein zorgen ervoor dat ze geen maagd verkrachten, zodat ze de maximum straf voor hun daad ontlopen. En wie een jong meisje verkracht, kan zijn straf ontlopen door de belofte met haar te trouwen.

Het zijn twee grote mazen in de strafwet van de Golfstaat die iets meer dan een miljoen inwoners telt. Bahrein is een van de landen dat in economisch opzicht bloeit, maar de wetgeving op het gebied van verkrachting en seksuele intimidatie is niet meer van deze tijd.

De wet uit 1958 werd al eens geamendeerd, maar de veranderingen waren minimaal. De zwakke wetgeving maakt het moeilijk verkrachting aan te pakken. Veel slachtoffers doen niet eens aangifte, uit angst voor stigmatisering. Wie het wel tot een rechtszaak laat komen, riskeert een langdurig en vernederend juridisch traject.

Maagd
"De strafwet is er duidelijk over dat er alleen sprake is van verkrachting als het slachtoffer nog maagd is. Bij verkrachting van andere vrouwen, wordt het een aantasting van haar eer genoemd. Daar staat een lagere straf op", zegt advocaat Fawziya Janahi, lid van de Arabische Orde van Advocaten. Activisten voeren campagne voor een amendement op de wet of de invoering van een nieuwe wet die zowel op seksuele misdrijven als huiselijk geweld betrekking zou moeten hebben.

Een van de bepalingen in de wet die activisten een doorn in het oog is, is de bepaling die het mogelijk maakt voor verkrachters om hun straf te ontlopen als ze beloven met het slachtoffer te trouwen. Daarmee wordt voorbijgegaan aan het leed van het slachtoffer en verkrachters kunnen na een paar maanden huwelijk weer scheiden, zegt Bana Buzabon, voorzitter van het Centrum tegen Huiselijk Geweld Batelco.

Zwijgen
De wet bepaalt ook dat iemand die zijn partner betrapt op overspel, het recht heeft hem of haar op dat moment aan te vallen of te vermoorden. Hetzelfde geldt voor naaste familieleden. Hoewel deze wet op beide seksen betrekking heeft, zijn het meestal mannen die op deze manier vrijuit gaan na geweld.

De langste straf voor verkrachting is twintig jaar cel, als het slachtoffer jonger dan veertien jaar is. Hoe hoger de leeftijd, hoe lichter de straf. Er is geen minimumstraf, zegt activist en advocaat Shahzalan Khamis. In de praktijk vallen straffen meestal laag uit.
Een Bengalese imam die vorig jaar een 14-jarige leerling aanrandde, werd aanvankelijk veroordeeld tot tien jaar cel en uitzetting. In hoger beroep werd zijn straf echter teruggebracht tot een jaar, zonder uitzetting. Hij kreeg later gratie, tot woede van activisten die een strengere wetgeving tegen verkrachting willen.

Buzabon legt uit dat sommige slachtoffers zwijgen om de eer van hun familie te beschermen. Ze bevallen thuis, in het geheim, en laten hun baby vaak achter bij een ziekenhuis of weeshuis. Een kind waarvan de vader niet bekend is, zorgt ook voor praktische problemen: als de naam van de vader niet op het geboortedocument staat, kan een kind later geen identiteitspapieren krijgen. Volgens de wet kunnen Bahreinse moeders hun nationaliteit niet overdragen op het kind.

Onderwijs
Khalid Ismaeel Al Alawi, hoogleraar psychologie en bijzonder onderwijs, zegt dat de houding van de samenleving van groot belang is bij dit soort kwesties. Als wetgeving het aantal verkrachtingen niet kan terugbrengen en slachtoffers onvoldoende bescherming kan bieden, dan kan betere voorlichting dat wel, meent hij.

Volgens Al Alawi is voorlichting op scholen een eerste stap om jongeren meer bewust te maken van hun rechten, de gevaren waar ze mee te maken kunnen krijgen en hoe ze zichzelf daartegen kunnen beschermen. "De wet moet veranderen, dat is duidelijk. Maar goed onderwijs kan ervoor zorgen dat een kinderen die een vertekend beeld van seksualiteit hebben, een beeld dat leidt tot criminaliteit en agressie, daarin gecorrigeerd kunnen worden." (IPS/gb)




hln.be
16/03/10 18u11