Uitleg hadieth 83:

عَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ - رضي الله عنه - قَالَ : (( كَانَ رَسُولُ اللَّهِ - صلى الله عليه وسلم - إذَا قَامَ إلَى الصَّلاةِ يُكَبِّرُ حِينَ يَقُومُ , ثُمَّ يُكَبِّرُ حِينَ يَرْكَعُ , ثُمَّ يَقُولُ : سَمِعَ اللَّهُ لِمَنْ حَمِدَهُ , حِينَ يَرْفَعُ صُلْبَهُ مِنْ الرَّكْعَةِ , ثُمَّ يَقُولُ وَهُوَ قَائِمٌ : رَبَّنَا وَلَكَ الْحَمْدُ , ثُمَّ يُكَبِّرُ حِينَ يَهْوِي , ثُمَّ يُكَبِّرُ حِينَ يَرْفَعُ رَأْسَهُ , ثُمَّ يُكَبِّرُ حِينَ يَسْجُدُ , ثُمَّ يُكَبِّرُ حِينَ يَرْفَع رَأْسَهُ , ثُمَّ يَفْعَلُ ذَلِكَ فِي صَلاتِهِ كُلِّهَا , حَتَّى يَقْضِيَهَا , وَيُكَبِّرُ حِينَ يَقُومُ مِنْ الثِّنْتَيْنِ بَعْدَ الْجُلُوسِ )) .

In deze overlevering zegt Aboe Hoerayrah: “De Profeet (vrede zij met hem) deed de Takbier (het opzeggen van Allahoe akbar) wanneer hij opstond om het gebed te verrichten. Ook zei hij dit als hij naar de Roekoec ging. Als hij opstond van de Roekoec, dan zei hij ‘samicAllahoe liman hamidah’. Wanneer hij daarna helemaal rechtop stond zei hij ‘rabbanaa wa laka l-Hamd’. Daarna zei hij Allahoe akbar als hij zich ter aarde wierp. En als hij van de Soedjoed opkwam, dan zei hij wederom Allahoe akbar. Ook bij het gaan naar de tweede Soedjoed zei hij weer Allahoe akbar. Bij het opstaan van de Soedjoed zei hij eveneens Allahoe akbar. En dit deed hij in zijn gehele gebed, totdat hij klaar was. Tevens zei de Profeet Allahoe akbar, na het verrichten van twee gebedseenheden en de eerste Tashahhoed, wanneer hij opstond voor de derde Rakcah.”

Zoals wij allen weten is het gebed bedoeld om Allah te eerbiedigen door middel van uitspraken en daden. En in deze overlevering vertelt Aboe Hoerayrah (moge Allah weltevreden met hem zijn) dat de Profeet (vrede zij met hem) gewoon was om Takbier te verrichten bij het begin van het gebed en telkens als hij neerging en opkwam. Behalve bij het opkomen van de Roekoec, want dan zei hij ‘samicAllahoe liman hamidah’ in plaats van Allahoe akbar. Dit natuurlijk als aanzet van wat er zit aan te komen, namelijk het doen van Tahmied (het zeggen van ‘rabbanaa wa laka l-Hamd’). Dit laatste gebeurt wanneer de dienaar weer helemaal rechtop is gaan staan.

Leerstellingen van deze overlevering:

1. De verplichting om het gebed te beginnen met het zeggen van Allahoe akbar. De Takbier geldt in dit geval als een zuil van het gebed. Wanneer men deze weglaat, dan is zijn gebed niet geldig.
2. De rechtsgeldigheid van het zeggen van Allahoe akbar telkens als men naar de Roekoec gaat, naar de Soedjoed gaat, opkomt van de Soedjoed en opstaat na het verrichten van de eerste Tashahhoed.
3. Dat bij het opkomen van de Roekoec, men ‘samicAllahoe liman hamidah’ dient te zeggen.
4. Wanneer men helemaal rechtop is gaan staan van de Roekoec, dan zegt hij ‘rabbanaa wa laka l-Hamd’.

Leraar: Aboe Ismail
Locatie: moskee as-Soennah